Dik Kruis is actief als vrijwilliger voor onder meer de werkgroep bekostiging. Hij houdt de ontwikkelingen rondom de inkoop van stollingsmiddelen door de hemofiliebehandelcentra nauwlettend in de gaten. In zijn maandelijks blog deelt hij de actuele stand van zaken en zijn visie met je. 

“We hebben de start gehad maar zijn nog niet aan het einde van het begin”, aldus premier Rutte tijdens een persconferentie over de coronacrisis. Het einde van het begin, ja zo zou je de fase van het inkoopproces voor stollingsmiddelen op dit moment wel kunnen noemen. De kennismakingsbijeenkomst van 26 november 2019 zou ik als start kunnen zien. 

De eerste stap was het opstellen van een ‘eisenpakket’ waaraan de stollingsmiddelen moeten voldoen. Dat was een taak voor de behandelaren en de NVHP. Het resultaat is daarna besproken met de iZAAZ die dat vervolgens moet vertalen in een offerte-aanvraag. De planning is erop gericht eind 2020 de selectie van voorkeursproducten rond te hebben zodat de hemofiliebehandelcentra (HBC’s) voldoende tijd hebben voor de daadwerkelijke inkoop. 

Goed voorbereiden 
Toch lag voor de NVHP het startmoment al iets vroeger. Wij wilden ons goed voorbereiden op het mandaat dat we van het NVHP bestuur nodig hadden. En we wilden de leden erbij betrekken tijdens de ledenvergadering van 9 novemer 2019.  

Ons mandaat
Gelukkig hadden we een evaluatie van het proces uit 2017 beschikbaar. Onze inzet kon en kan dus voor onze partners niet verrassend zijn geweest. Wel verrassend was misschien de ondersteuning die wij kregen van Brian O’Mahoney, de Ierse expert als het gaat om inkoop van stollingsmiddelen met inbreng vanuit de patiëntenorganisaties. Voor Ierland sloot hij een deal waarbij ‘kwaliteit’ centraal stond maar toch ook een gunstige prijs opleverde.  

Kwaliteit 
Geïnspireerd door deze ervaring hebben we als primair doel gekozen voor het uitgangspunt: het beste product voor een gunstige prijs. Kwaliteit moet centraal staat en niet primair de prijs. Bij ‘beste product’ wordt in de eerste plaats gedacht aan producten met een verlengde halwaardetijd waarmee ook inhoud kan worden gegeven aan een meer persoonlijke behandelingswijze. We willen toewerken naar 50-70% aandeel voor deze categorie. 

Faktor 8 en 9 

Voor faktor 8 en faktor 9 moet er tenminste een voorkeursproduct zijn in de categorie verlengde halfwaardetijd. Om ‘kwaliteit’ verder inhoud te geven, is gedacht aan het benoemen van kwaliteitscriteria met een bepaald gewicht. Op grond van de offertes worden dan scores bepaald. Van deze benadering gaat ook een prikkel uit voor verbetering van de kwaliteit; het levert immers punten op. Op de ledenvergadering is hiermee ook geoefend. 

Specifieke situaties 
Tenslotte wordt in de visie van de NVHP 70% van de stollingsmiddelen als voorkeursproduct aangewezen en blijft er 30% over voor vrije keus. Dat laatste biedt ruimte om in te spelen op specifieke situties (plasmaproducten, remmerontwikkeling etc).  

Hoe staat de NVHP in dit proces?
Het is een ingewikkeld proces. Met de iZAAZ wordt een gezamenlijk proces doorlopen wat leidt tot een prijsafspraak met geselecteerde farmaceuten. De daadwerkelijke inkoop wordt daarna door de individuele HBC’s zelf gedaan. Dat betekent 2 trajecten. De NVHP is bij het eerste betrokken, maar bij het tweede traject nog niet. De NVHP wil met de HBC’s afspraken maken over inhoud en betrokkenheid bij dat 2e uitvoeringstraject om te voorkomen dat er net als 4 jaar geleden allerlei interpretaties en afwijkende meningen kunnen ontstaan. Uiteindelijk gaat het er tenslotte om dat de HBC’s de beste producten inkopen en niet persé de goedkoopste.  En het gaat erom dat er kwaliteitsverbeteringen in de zorg worden meegenomen zodat de patiënten ook baat hebben bij dit proces. 

Wil je alle blogs van Dik Kruis lezen? Bekijk hier het overzicht

 

Inloggen voor leden