Hemofilie behandeling

Pas sinds de jaren zestig is hemofilie goed te behandelen. Toen werd een methode ontdekt om stollingseiwitten uit menselijk bloedplasma te zuiveren. Hierdoor werd het mogelijk het bij mensen met hemofilie ontbrekende stollingseiwit intraveneus (in een ader) toe te dienen. Tegenwoordig worden deze stollingseiwitten ook langs biotechnologische weg gemaakt, het recombinant faktor VIII en IX. Wanneer mensen veel last van hun hemofilie hebben worden zij enkele malen per week uit voorzorg behandeld, de profylactische behandeling. Behandeling van hemofilie geschiedt gewoonlijk in de hemofilie behandelcentra. De regelmatige behandeling van hemofilie, dat wil zeggen het inbrengen en het toedienen van het stollingsproduct, kan heel vaak thuis door de persoon met hemofilie zelf, zijn partner of een van zijn ouders worden verricht.

De behandeling van hemofilie kan met bijwerkingen gepaard gaan. Zo treedt bij ongeveer tien procent van de mensen met een ernstige vorm van hemofilie de vorming van antistoffen op. De vorming van deze antistoffen of remmers kan de behandeling ernstig bemoeilijken. Deze remmervorming treedt vooral op jeugdige leeftijd op, dat wil zeggen binnen de eerste 50 tot 100 behandelingen met een stollingsproduct. In het verleden is de behandeling van hemofilie gepaard gegaan met de overdracht van virusinfecties (hepatitis C, aids). Tegenwoordig zijn de gebruikte stollingsproducten zodanig beveiligd dat de overdracht van hepatitis C en aids - normaal gesproken - niet meer mogelijk is.

Compleet overzicht van de stollingsproducten